In mijn ogen een knappe vent. Een beetje zoals ik vroeger zelf had willen zijn. Lang, breder dan gemiddeld in de schouders, een goede kop, baardgroei en cool donker haar. Een borstkas waar de meisjes hun hoofd graag tegenaan willen leggen.

Eigenlijk allemaal eigenschappen die ik ook wel zou willen bezitten maar ik heb er ondertussen vrede mee dat ik niet zo breed ben, niet de langste en dat mijn baardgroei zich beperkt tot onder de neus en rondom mijn kin.

Jij en ik zijn onderdeel van dezelfde vriendengroep die zich langzaam maar zeker gevormd heeft. Een vaste harde kern met er omheen mensen die komen en gaan. Een open groep, die makkelijk nieuwe mensen opneemt. De zaterdagavonden zijn van ons. De muziek die ons verbindt. We dansen, hangen, drinken en praten met elkaar. We variëren in leeftijd van achttien tot een jaar of de dertig. Ik hoor bij de oudere garde maar leeftijd speelt hier geen rol. Althans, dat denk ik. Er wordt gedronken, gerookt en geblowd. Niet door iedereen en ik heb niet het idee dat er sprake is van groepsdruk.

Maar jij valt op door je drankgebruik. Je bent een liefhebber van wodka. In de mix of puur. Met je begin twintig staat je zo’n wodkaglas best cool. Het enige probleem is dat die wodka er zo hard bij je in hakt. Het versterkt vooral je verdriet. Regelmatig zie ik je halverwege de avond uithuilen bij een van de meisjes uit onze vriendengroep. Je bent weer eens verliefd en je durft er niks mee te doen. Na de wodka komen dan de tranen. Ik zie het ook en af en toe vertel je het ook tegen mij. Het zijn de wat oudere meisjes waar je op valt. Je smaak is voor mij onbegrijpelijk maar ik weet als geen ander dat liefde blind maakt. Je doet ook echt je best maar aan het begin van de avond ben je te verlegen en op het midden van de avond al zo dronken dat een goed gesprek ook niet meer lukt.

En in die cirkel zit je nu al weken. Je droomvrouw is er elke zaterdag maar concrete stappen worden er niet gezet. Het verdriet blijft onverminderd groot.

Deze zaterdagavond besluiten we met twee auto’s een keer ergens anders naar toe te gaan. We ruilen het kleine stadje in voor de grote stad. De reis er naar toe is vaak net zo gezellig als de avond zelf. Muziek op de radio, met zijn allen hard meezingen. Goede gesprekken en vooral veel lachen. Ik zit achter het stuur en jij zit naast me. Je vertelt over haar. Ik luister vooral en bevestig de dingen die je noemt. Een fijn jong is het. Naar vrouwen toe zeker geen klootzak. Maar hij en ik weten ondertussen dat vrouwen vaak op klootzakken vallen. Wij zijn te lief, te netjes. Daarom vissen wij vaak naast het net.

Eenmaal aangekomen kom je weer bij me staan. Dit keer is het gesprek anders. Hij vertelt hoe hij mij bewondert. Hoe ik dat toch doe met de vrouwen. Ik moet lachen. Eigenlijk ben ik mij van geen kwaad bewust. Ik denk dat ik het vooral goed doe omdat ik niets moet. Ik heb een vriendin en ondanks dat die er nooit bij is heb ik dus niet de druk om te scoren.

Maar hij wil overduidelijk mijn geheim horen. Omdat ik geen geheim heb denk ik even na over wat ik hem dan mee kan geven. Allereerst vertel ik hem dat hij er goed uitziet, dat hij intelligent is en in staat is een goed gesprek te voeren. Dat dit in mijn opinie voldoende moet zijn om succes te hebben. Dan zie ik de wodka. Ik sla mijn arm om hem heen en vertel hem samenzweerderig dat ik toch een gouden tip heb. Hij kijkt me met een gelukzalige blik aan. Hij wist dat ik geheime zin had die ik uit kon spreken en die succes verzekerde. Nu kreeg hij hem te horen. De dankbaarheid in zijn ogen groot.

Luister, drink je wodka rustig op, drink er dadelijk nog eentje en ga dan over op fris. Je komt dan los maar je de dubbele tong blijft thuis. Ik kan je geen succes beloven maar ik denk dat de meisjes zich dan niet omdraaien wanneer jij een gesprek met ze begint.

Ik zie hem twijfelen maar ik krijg een man-hug van hem. Hij belooft het deze avond te gaan proberen. Ik lach en laat hem gaan. Vanuit mijn ooghoeken hou ik hem in de gaten. Ik zie dat hij inderdaad overgegaan is op water. De groep heeft plezier. De sfeer is goed.

Op een afstand zie ik hem zijn moves maken. Hij heeft een oudere vrouw op het oog. Ze is mooi, dit keer begrijp ik hem wel. Maar ze is zeker 10 jaar ouder dan hem. Ik druk mijn hand tegen mijn voorhoofd. Waarom de drempel gelijk zo hoog? Ik bereid me voor op troostgesprekken op de terugweg vannacht en ga weer over op mijn eigen ding.

De groep verzamelt zich voor vertrek. De stemming is uitgelaten. We zijn aangevuld met een aantal mensen die niet met ons meegekomen waren en staan nu met zijn allen buiten. Hij is er ook, en in zijn armen de vrouw die ik eerder zag. Ze zoenen, ze lachen en hij heeft haar vast alsof hij ze nooit meer wil laten gaan. Toch moeten we gaan. We nemen afscheid van onze nieuw gemaakte vrienden en aanvaarden de reis naar huis. Het contrast met de heenweg is groot. De achterbank slaapt en jij zit weer naast me. We hebben niet veel woorden nodig maar zijn glimlach van oor-tot-oor zegt genoeg. Een “boks” is voldoende.