Je schrok hè? Ze heeft haar fiets aan haar hand en lacht naar me. Ik kijk haar nog eens aan en vraag het mezelf af. Schrok ik echt? Ze was anders dan op de foto’s en foto’s had ik genoeg van haar gezien. Het was me wel opgevallen dat ze er telkens heel anders uit kon zien maar dat vond ik ook mooi aan haar, de mimiek, het sprekende gezicht. Haar lichaam nu verstopt onder een degelijke middellange jas. Ze was oud voor mijn begrippen, de oudste vrouw waar ik ooit mee afgesproken had. Eerste rimpeltjes onder de ogen maar prachtig staalblauw van kleur. Haar kenmerkende glimlach, met beugel. Vreemd maar toch bekend. Vanwege die beugel had ze lang niet af willen spreken. “Wanneer hij eruit is, dan doen we dat een keer” Maar nadat de orthodontist dat moment voor de zoveelste keer vooruitgeschoven had was mijn geduld op. Ik wilde haar in het echt zien, gewoon face-to-face, een stuk wandelen. Zien of de online magie stand zou houden in de echte wereld.

Ze stribbelde nog even tegen maar uiteindelijk gaf ze toe. En nu staan we hier, in het park, elkaar aan te kijken. Lachend. Ik geschrokken. Blijkbaar.

Ik zeg haar dat het verwondering en bewondering is. Geen schrik. Maar ik voel mijn hart kloppen, hard. Ik hou van deze vrouw. Van haar humor, van haar schoonheid maar vanaf nu ook van haar onvolmaaktheden. Ze is ontwapenend en ze heeft dat gewisse etwas. En nu loop ik met haar tussen de bomen door naar het park waar we afgesproken hadden. We zoeken samen een plek voor haar fiets, ze zet hem op slot en we lopen naast elkaar verder. Kletsend, schouders die elkaar zachtjes aanraken. Bij grapjes geven we elkaar voorzichtig een duw. Ze is anders maar toch hetzelfde. Ik zie nu de meer volwassen versie van haar. De moeder, de buurvrouw, de echtgenote, de werkende professional. Ringen aan haar vingers, een horloge met stalen armband. Aandacht voor kleding en uiterlijk. Vreemd om nu pas kennis te maken met de versie die iedereen als eerste ziet. We lopen langs een bankje met uitzicht over het water, later zal ik onze namen in het bankje kerven, maar dat is niet vandaag. We gaan zitten en kijken over het water, even zijn we stil en kijken elkaar aan. We weten beide wat er gebeuren gaat. Haar lippen op de mijne, voorzichtig, aftastend. Wanneer we een pauze nemen kijken we elkaar aan, zien elkaar zuchten. Dit is zo destructief maar zo onontkoombaar. Zolang we zoenen hoeven we daar niet over te praten.

We lopen verder het park in, even stil, de middag is nog niet voorbij, de zon breekt door. Het is tijd voor een dekentje op het gras.