He chef! De jongen lacht me aan. Donkerbruine ogen, zwart haar, klein kereltje. Het is half vijf in de ochtend en de manier waarop hij de woorden uitspreekt geeft blijk van herkenning. Toch is het pas de derde of vierde keer dat ik in de vroege ochtend hier een broodje frikadel kom halen. Gezien de hoeveelheid patat en broodjes die hij verkoopt vind ik dat best knap. Natuurlijk wijk ik af van de gemiddelde bezoeker op dit tijdstip. Niet heel veel veertigers komen half vijf in de ochtend een broodje halen. Vaak loop ik na het dansen de snackbar voorbij maar omdat ze zo ontzettend aardig zijn kom ik steeds vaker binnen. Ze staan met zijn drieën. Het zou vader, zoon en oudere zoon kunnen zijn.

Die laatste zie ik alleen op de rug, werkend aan de frituur. Vader en jongste zoon doen samen de bediening. Het valt me altijd weer op hoe relaxed iedereen met elkaar omgaat op dit tijdstip. Geen stress, geen drukte, geen boosheid. Wanneer ik mijn bestelling bij de vader doe, roept hij achterom de bestelling door naar de man aan de frituur. De manier waarop dit samenspel gaat heeft iets poëtisch. Het hoofd dat in een soepele beweging rechts over de schouder gaat terwijl zijn handen met iets anders bezig zijn. Alle processen gaan hier elegant: staat er een patatje pinda voor iemand klaar dan wordt er “pataaaatjuh pindaaa” geroepen. Lang niet altijd heeft de hongerige gast door dat het zijn patatje is dat op de balie staat. Andere snackbar bezoekers herhalen dan “patatje pindaaa” tot de bewuste klant opschiet uit zijn roes. Bij mooi weer kan de pui open en zitten er ook gasten op een geïmproviseerd terras. In tegenstelling tot de Febo dichter bij het centrum wordt hier het afval wel in de bakken gegooid. Meestal dan.

De jongen kan met iedereen goed opschieten. Maakt oogcontact, een praatje met wie er behoefte aan heeft. Je kan zien dat hij van hier is. Dit is zijn stad, zijn plek. Hier ligt zijn hart. Misschien droomt hij van een groter en luxer restaurant maar mocht dat moment ooit aanbreken dan kan ik me niet voorstellen dat hij gelukkiger wordt dan hier.

Het TL licht is voor iedereen genadeloos, zonder uitzondering. Zelfs de beste make-up verhult nu niet de onvolmaaktheden. Niet dat veel vrouwen op dit moment nog aan hun uiterlijk denken. Lelijkheid en natuurlijke schoonheid komen nu beter tot hun recht. Soms zie je bekende gezichten en schrikt van het contrast tussen nu en een uur geleden toen ze nog onder verzachtend discolicht stonden. Ik vrees dat ikzelf geen uitzondering ben. Maar onder dit genadeloze licht wordt er gegeten, nagepraat en gedeeld. Er wordt geleefd.

De enige keer dat ik met jou hier was aten we in een luxe restaurant. Die nacht zal ik nooit vergeten maar mocht ik hem over kunnen doen, dan had ik hier een patatje met je gegeten, luisterend naar de vogels die de ochtend begroeten. Ik kan het je niet meer vragen maar ik hoef het je ook niet te vragen: je was er net zoals ik volmaakt gelukkig mee geweest.