Het pad dat ik genomen heb slaat af naar rechts richting de bosrand. Het ligt lager dan de omliggende velden maar niet zo laag dat ik niet meer over de glooiende velden kan kijken. Op de plek waar het pad het bos in gaat wordt het geflankeerd door twee grote inlandse eiken. Ik denk dat er twee volwassen mannen nodig zijn om ze te omarmen. De grillige vertakkingen van de hoofdstam hadden bomen op zich kunnen zijn. De takken zitten laag bij de grond. Dit zijn geen bomen die vroeger opgesnoeid zijn. Er is ook duidelijk dood hout aanwezig in de boom maar het bladgroen overheerst. Hier en daar een galappel op de bladeren. Ik blijf even stil staan, leg mijn handen op de schors en kijk naar boven. Wat hebben deze bomen allemaal al voorbij zien komen? Welke geheimen dragen ze met zich mee? In gedachten laat ik me meevoeren terug in de tijd. Honderd jaar terug, toen oorlog nog werkelijkheid was, de aarde zwaar overbelast en op veel plaatsen gebrek aan de meest basale zaken die nodig waren voor levensonderhoud. Techniek en wetenschap heeft ons ver gebracht. De dataschil, nagenoeg onbeperkte energie voor iedereen en optimaal hergebruik van grondstoffen en aarde hebben de aanleiding tot bijna alle conflicten weggenomen. Toen niemand meer iets tekort kwam was religie ook geen aanleiding meer om oorlog te voeren. Bleek achteraf toch dat religie niet de reden was maar slechts een aanleiding. Hoe lang hebben we daar toch anders over gedacht.

Maar met het wegnemen van de tekorten verloor ook religie zijn aanhang. Ja, een enkeling gelooft nog maar voor de meerderheid is de dataschil de leidende kracht in het dagelijks leven. In tijden van geestelijke nood biedt de dataschil een luisterend oor maar geeft ook repliek. Beter dan mensen dat kunnen. Niemand kent je immers beter dan de dataschil. Waarom zou je dan nog bidden naar een god die je toch geen antwoord geeft?

Toch laat het mij niet helemaal los. Alle leven is volgens een ontwerp. Als mens zijn we in staat het ontwerp aan te passen. Sterker nog, we zijn in staat nieuwe soorten te maken. Dat laatste is iets dat we kunnen maar waar we van af hebben gezien. Maar zo zijn er veel meer dingen waar we afscheid van hebben genomen. Honderd jaar geleden dachten we dat de mens de ruimte in moest. De ruimte koloniseren was het credo. We zijn er nu achter dat dit voor ons als soort te hoog gegrepen is. De ruimte te vijandig. De kosten te hoog. Maar waarom zouden we ook? Onze bevolking is stabiel, de aarde in evenwicht. We laten niets meer verloren gaan. Sterker nog, we repareren nog steeds de schade die we vroeger hebben toegebracht.

Ik schrik op uit mijn gedachten door een bonte specht die op een tak ratelt. Ik loop verder het bos in. Het pad loopt licht omhoog. Zonnestralen schijnen door het bladerdak heen. Genoeg zonlicht om ook voor een groene bodembedekking te zorgen. Wilde kers en hazelaar langs de kant. Je kan de nu nog groene hazelnoten zien zitten, vaak in paartjes. Een eekhoorn steekt rennend voor mij het pad over en verdwijnt in een den. Tijdens het oversteken de rode staart parmant in de lucht.
Ik geniet maar toch voel ik mij alleen. Ik mis Eliza.