De schoolvakantie brak aan. Over twee weken zou je afreizen naar Italië. Samen met je man en je twee kinderen. Geen internet op de camping, alleen bij het hoofdgebouw. Wat zagen we er tegenop, elkaar vijf weken moeten missen. De gedachte alleen al was ondragelijk. Elke ochtend werden we met elkaar wakker, elke avond gingen we samen naar bed. Daartussen deelden we onze momenten.

Nooit hadden we uitgesproken waarom we zo tot elkaar aangetrokken werden. Wat was er niet goed genoeg aan de relatie die we hadden? Waarom hadden we elkaar zo nodig? Mijn verhaal vertelde ik je niet. Ik wilde je er niet mee vermoeien en schaamte speelde ook mee. Jou durfde ik het niet te vragen. Jawel, voorzichtig deed ik wel eens een poging maar het antwoord op de voorzichtige vragen die ik stelde was er een die uitmondde in een beeld van een tevreden gezin en ideale partner. Misschien wat ingekakt maar niet meer dan dat. Toch voelde het anders, maar doorvragen wilde ik niet. Samen huilden we over het gedwongen afscheid. Bij het inpakken van je koffers was ik aanwezig. Vanuit de badkamer stuurde je foto’s. De volgende dag het laatste bericht dat je nu de grens overging en dat internet uit zou vallen. Ik huilde, ik verlangde. Voor het eerst jaloezie bij het idee dat je met iemand anders was.

De ramp viel mee. Je kreeg van hem af en toe een bundeltje en je was regelmatig bij het hoofdgebouw te vinden. We stuurden elkaar lieve berichten. Het missen stond centraal. We stuurden foto’s, werden gefrustreerd door de slechte verbinding, de weinige momenten die we met elkaar hadden. Maar het was genoeg om ons overeind te houden, om deze weken te overleven. Ergens in deze periode kwam het hoge woord eruit. Er was geen genegenheid meer. Je voelde je volledig inwisselbaar. Je was vanzelfsprekend geworden. Een meubelstuk. Geen interesse in elkaars doen en laten. En daar was ik: ik aanbad je. Wilde elke stap weten die je gezet had. Stak de loftrompet over je af maar was ook kritisch. Ik geloofde in je op het moment dat niemand anders dat deed. Zag de potentie. Je intelligentie, humor en schoonheid.

En ik genoot van wat ik terug kreeg. Je lach, de blik in je ogen. Je woorden, onze muziek. Onze momenten samen. “Cross”, “je weet toch”, de afkortingen die we voor- en met elkaar hadden bedacht. Niet gemaakt maar geëvolueerd. Het verlangen naar elkaar was er op elk denkbaar vlak maar we hadden geen idee hoe nu verder te gaan. Ja, we zouden elkaar gaan zien maar wat daarna moest komen konden en wilden we niet bedenken.