Erg sympathiek was het niet van Chantal of was ik nu heel erg kinderachtig? Samen de stad in was alle vorige keren toch ook echt samen weer naar huis. Ons studentenhuis wel te verstaan. De woning die haar vader gekocht had en waar we met zijn vieren in getrokken waren. Het hebben van rijke ouders heeft zo zijn voordelen maar blijkbaar vonden haar ouders het hebben van een volledige woning voor haarzelf wat te overdreven. Samen met twee andere meiden werd ik door haar uitgekozen toen ik op gesprek kwam voor een van de kamers. En het klikte meteen tussen ons. Ik deed de lerarenopleiding en zij studeerde geschiedenis. Tegen de zin van haar ouders maar ze ging er prat op dat ze haar vader alleen maar zielig aan hoefde te kijken om haar zin te krijgen.

Het duurde niet lang of we gingen op donderdagavond samen de stad in om het nachtleven te verkennen. Omdat we beide uit een dorp kwamen was het even wennen. De grote mensenmassa’s, de keus in uitgaansgelegenheden, het feit dat er door de week ook allerlei dingen te doen waren. Gelukkig hadden we tijdens de introductie al wel kennis gemaakt met een aantal cafés en het was een openbaring dat er ook gelegenheden waren die pas om middernacht open gingen en weer sloten bij het ochtendlicht.

We hadden beide het laatste jaar van onze middelbare schooltijd verkering gehad. Ik zelf een half jaar met Peter, Chantal zelfs twee jaar met een iets oudere jongen. In beide gevallen was de relatie gestopt toen we gingen studeren. Peter koos voor een studie in Canada, we vonden beide dat het voortzetten van de relatie onder die omstandigheden niet goed voor ons zou zijn en inderdaad, ik had er eigenlijk direct vrede mee. Peter was al tijdens de relatie verworden tot een goede vriend. De seks was nooit geweldig geweest en in de weekenden was het bioscoopbezoek of thuis bij de ouders op de bank een film kijken, waarbij we afsluitend bij elkaar bleven slapen en dan plichtmatige seks hadden. In het begin trok die huiselijkheid me wel maar na een aantal maanden besefte ik me dat met amper 18 ik dit niet de rest van mijn leven op deze manier ging doen.

De status van Chantal was me niet helemaal duidelijk. Volgens haar had ze geen verkering meer maar toch begreep ik dat in de weekenden die ze naar huis ging ze regelmatig nog een afspraak met hem had. Echter was van enige verkering tijdens onze avonden uit in de stad weinig te merken. Chantal was een kei in het versieren van jongens en had een sterke voorkeur voor het wat oudere soort. Meestal waren het alfa-mannetjes. Jongens die omringd werden door aanhang. Doorgaans door andere jongens, lager in de pikorde maar meestal ook in het gezelschap van een aantal meiden.  

Ik had meer met de mysterieuze types, de eenlingen die je binnen zag komen, zonder aanhang, solitair. Ik had daar respect voor. Zelf zou ik het niet in mijn hoofd halen alleen uit te gaan. Langere haren, tikkeltje onverzorgd, stoppels of een beginnende baard. Dat was mijn type. Toch had ik het eerste halve jaar sinds ik in de stad woonde geen vast vriendje opgedaan en was niet veel verder gekomen dan drie keer zoenen met telkens een andere leuke jongen aan het eind van de avond. Waarbij het beeld van leuke jongen in alle gevallen wellicht iets getekend was door een wat overvloedige alcoholinname. Het “we appen” werd door mij steeds beantwoord met een oorverdovende stilte. Een Facebook check de volgende dag was voldoende: no-go.

Maar hier liep ik nu, alleen onderweg naar huis, iets voor twee. Een maanloze nacht, bewolkt maar niet te koud en droog. Het eerste stuk door het centrum was niet zo erg geweest. Meer dan genoeg drukte op straat en wanneer je de pas er goed inhield viel het met de opmerkingen ook wel mee. Ook de zichtbare aanwezigheid van politie op mountainbikes gaf een geruststellend gevoel. Maar nu ik het centrum verlaten had begon de leegte op te vallen. Het werd een heel stuk stiller op straat, af een toe een paar fietsers, een auto die met hoge snelheid over de lege weg raasde. Straatverlichting die zijn best deed maar toch niet de illusie van daglicht kon realiseren. Lange schaduwen over de stoep van die zelfde verlichting, bomen en verkeersborden. Als hindernissen waar ik overheen moest stappen. Tot overmaat van ramp mijn telefoon leeg. Met 36% van huis gaan was ook niet heel handig maar ik had van te voren echt het idee dat ik het er wel mee zou kunnen redden. Het gaf me een onprettig gevoel om langs dichte struiken te moeten lopen. Stak meer dan een keer de weg over om toch maar de stoep aan de andere kant te nemen maar dat had geen zin bij struikgewas aan beide kanten van de weg. Bovendien maakte ook het oversteken me meer zichtbaar.

Het was een leuke avond geweest maar ik moest vroeg naar huis vanwege een tentamen dat ik de volgende ochtend om tien uur zou hebben. Dat had ik ook met Chantal afgesproken: even kort te stad in, paar drankjes doen en dan weer naar huis. Maar in club Charlie, de dancing die na 1 uur pas begon te lopen, was Chantal een leuke vent tegen gekomen, eentje die gul was met de drankjes. Ik schatte hem midden twintig, hij bestelde shotjes en wodka op ijs. Ik sloeg na het eerste rondje af maar Chantal ging hard. Het duurde niet lang of ze stonden samen gearmd tegen de bar. De dansvloer goed gevuld. Ik vermaakte mij op mijn manier, had vluchtige gesprekken, genoot van de muziek en de dansende mensen. Verschillende keren wees ik Chantal subtiel op de tijd maar hoe verder die tijd vorderde, hoe meer ik er achter kwam dat samen op tijd naar huis geen optie was deze avond. Ook niet toen ik letterlijk aan haar arm trok om haar aandacht te krijgen. Met dezelfde arm duwde ze mij weg alsof ik een lastig kind was dat maar ergens anders moest gaan spelen terwijl ondertussen haar aandacht volledig bij haar nieuwe aanwinst bleef.

Ik zag mezelf het tentamen al verprutsen. Ik kon slecht tegen weinig slaap en zou ik het tentamen niet verprutsen dan zat de kans er ik dik in dat ik door de wekker heen zou slapen en het hele tentamen zou missen. Ik riep in Chantal’s oor dat ik dan maar alleen zou gaan. Het antwoord van Chantal was een waaierend gebaar naar achteren met haar linker hand. Goed, dan maar alleen. Ik draaide me om om naar de garderobe te lopen. Terwijl ik dat doe beland ik tegenover een man met diep groene ogen die me lachend maar ook een beetje zorgelijk aankijkt. “Gaat dat allemaal goed met jou en je vriendin?” Even weet ik niet wat te antwoorden, waar bemoeit hij zich mee? Ik kijk nog een keer naar Chantal en zie inderdaad dat haar motorische functies iets beginnen te haperen. Het lijkt de jongen met wie ze staat niet te deren. Het is meer alsof hij er van geniet. Beleefd als ik ben leg ik hem de situatie uit. Hij knikt begripvol, zegt dat ik haar misschien nog een keer moet vragen. Ik antwoord dat het zo goed is en bedank hem voor de belangstelling. Wanneer ik doorloop naar de garderobe voel ik zijn ogen in mijn rug.

Bij de uitgang tref ik de man nog een keer. Hij maakt een praatje met de portier. Het lijkt alsof ze elkaar kennen. “Zal ik een stukje met je meelopen?” vraagt hij. Het klinkt vriendelijk maar ik krijg kippenvel. Ik antwoord dat ik alleen de weg naar huis kan vinden. Beide mannen lachen en terwijl ik wegloop hoor ik ze “tot ziens” zeggen. Ik kijk niet meer om maar weer voel ik ogen die me nakijken.

Ik heb nog een kwartier te gaan voordat ik thuis ben. Ik loop nu door een echte woonbuurt. Niemand op straat, de lichten in de huizen uit. Alleen af en toe een geel nachtlicht. Het voelt alsof er iemand achter mij loopt, ik kijk om en zie in de verte inderdaad iemand lopen. Niet meer dan een silhouet, te ver om te bepalen wie of wat het is. Toch is de afstand dusdanig groot dat ik me geen zorgen maak. Ik besluit nog iets sneller te gaan lopen zodat ik niet ingehaald kan worden. Ik vervloek mezelf dat ik de telefoon niet opgeladen heb. Terwijl ik stevig doorloop kijk ik nog eens achterom. De afstand tussen ons is, ondanks mijn versnelling, kleiner geworden. Ik zie dat de persoon er stevig de pas in heeft, bijna militair. Een kap van zijn joggingjas over zijn hoofd getrokken, zijn gezicht naar de grond gekeerd. Het is nog zeker 10 minuten rechtdoor lopen. Het voelt alles behalve goed dit. Hoe ga ik dit oplossen? Ik besluit dat het wellicht handig is om even een zijstraatje te nemen. Mijn achtervolger moet ongetwijfeld ook gewoon rechtdoor en zal me dan vast voorbij lopen. Dan kan ik daarna achter hem aan gaan lopen. Angst weg en niet iemand die me snel van achteren kan naderen. Maar nog voor ik een zijstraat ik kan lopen hoor ik “HE!” roepen. Ik kijk om een zie dat de man de looppas ingezet heeft en met zijn hand rechterhand in de lucht loopt te zwaaien. Het zweet breekt me aan alle kanten uit. Even ben ik totaal besluiteloos maar zet het dan op een rennen. Gewoon rechtdoor, naar huis. Niet omkijken, rennen! Zo heel ver is het niet meer. Ik hoor dat mijn achtervolger “WACHT!” roept maar dat is niet hetgeen ik van plan ben. Mijn hart in mijn keel, mijn ademhaling op volle snelheid, misselijk.

Ik red het tot het portiek, ik kijk achterom. Mijn achtervolger heeft het rennen opgegeven en loopt nu rustig mijn kant op. Hij zegt niks meer maar nadert vlot. Ik zoek in mijn tas naar mijn sleutels. Verdomme, waarom altijd al die rotzooi mee. Waar zijn de sleutels? Nog meer paniek, ik kan ze niet vinden. Ik weet dat er niemand thuis is, toch bel ik aan. Lang, natuurlijk, geen reactie. De man is nu op enkele meters genaderd. Hij gooit zijn muts naar achteren. Het is de man met de groene ogen die zo belangstellend was. Verkrachting en moord gaan door me heen. Hij lacht, verontschuldigt zich. “Sorry, maar ik wist ook niet hoe ik dit anders aan moest pakken, maar je hebt bij het aantrekken van je jas je sleutels laten vallen. Het personeel kon niet weg dus heb ik aangeboden je maar even achterna te lopen maar je voorsprong was groter dan gedacht.”

Het voelt als opluchting, hij geeft me de sleutels. Ik voel me ontzettend dom, schaam me. Niks kwaads in zijn gezicht, zelfs vriendelijk. Toch blijf ik me ongemakkelijk voelen. Hoe nu verder? De deur open maken en hem de kans geven mij naar binnen te duwen? Of mijn angsten nu overwinnen en me gedragen als een volwassen vrouw? Ik wiebel wat op mijn voeten en kies voor het laatste: schud zijn hand en stel me voor, we lachen…Ik hoor het mezelf zeggen: “zal ik een kop thee zetten?” Hij lacht nog steeds: “Graag” is zijn antwoord.