Mijn dochter zal zo een keer komen. Het is bijna tien uur maar haar kennende zal het iets later zijn wanneer ze op mijn deur klopt. Vanmorgen maakte ik de wandeling naar de bakker. Een bruin brood voor mezelf en één slagroomgebakje voor haar. Iets dat ik al vanaf haar lagere schooltijd met regelmaat deed. Ze was als kind een slechte eter. Alles wat ze at was in vijf of zes zinnetjes samen te vatten. Het meest genoot ze van aardbeien, vers wit brood en slagroomgebak. Het uit school komen was een vaste procedure: even aan de keukentafel zitten, mij verplicht vertellen hoe school was, in haar geval een glas water drinken, haar broer een glas ranja. En dan met een koekje erbij en soms dus een slagroomgebakje. Haar antwoord was steevast “stom” of “saai” maar ze ging elke ochtend met plezier naar school. Ik genoot intens hoe ze dat gebakje at. Het geluk dat een genietend kind heet. 

Al 16 jaar woon ik nu alleen. Het was wennen toen zij en haar broer het huis van hun vader verlieten. Gelukkig kwamen ze in de weekenden regelmatig terug maar ook dat werd snel minder. Ik miste de aanwezigheid maar genoot ook van mijn vrijheid. Ik heb niet zoveel moeite met alleen zijn.

Judith is nu 34, bezoekt me eens per maand met de regelmaat van de klok. Ze is getrouwd en heeft twee jonge kinderen Max en Sam, mijn enige kleinkinderen. Mijn schoonzoon is een ambtenaar, werkt bij de provincie. Een goede vent maar voor mijn gevoel te weinig ambitie. De bezoeken worden altijd gekondigd. Meestal even kort maar de aankondiging was dit keer anders. “Ik kom zonder de kinderen, ik wil graag met je praten” was het korte bericht dat ik kreeg. “Prima” mijn antwoord. “Zaterdag 10 uur doen?” We zijn van de korte communicatie. Geen lange berichten over en weer maar mijn nieuwsgierigheid was aangewakkerd. Waarover zouden we moeten praten? Haar moeder? Ik hoopte dat het niet over haar moeder ging. De vrouw die ik 25 jaar geleden verlaten had. Nog steeds bezorgde mij dat een onbehaaglijk gevoel. Ik drukte mijn zorgen weg, die worden pas relevant wanneer het moment daar is.

Opgewekt komt ze binnen. Slank, lang blond haar, vlotte bewegingen. Ze kust me op de wang en zegt dat ik moet blijven zitten. “Ik zet wel even thee voor ons”. Ik vertel haar dat er een slagroomgebakje voor haar in koelkast staat. Ik zie ze glimlachen terwijl ze doorloopt naar de keuken. Ze pakt de goede glazen theekopjes, ik hoor de waterkoker, de deur van de koelkast. Even later komt ze met een dienblad de woonkamer binnen. Ik sta op om zelf een extra suikerklontje te halen. Niet dat ze niet weet dat ik er altijd twee neem maar het is een van de karaktereigenschappen die ze van haar moeder heeft. Ze lacht: “papa, dat is niet gezond”. “Niet goed, wel lekker” is mijn antwoord. “Genieten is belangrijker dan gezond eten, zolang je alles maar met mate doet”. Dat was altijd mijn credo geweest.

Ze schuift haar stoel dichter naar die van mij toe en gaat zitten. Die handeling brengt spanning in de ruimte. Alsof ze me iets in vertrouwen wil gaan vertellen. Niet achterover zittend met een theekopje in de hand maar de thee op het bijzettafeltje samen met het gebakje, onaangeroerd. Naar me toe gebogen, ogen naar de grond. “Papa, ik ben verliefd.” Ik voel hoe de woorden me raken. Vier woorden die nodig zijn om een oneindige stroom gevoelens door te geven. Ze kijkt naar me op. Ik kijk terug en zeg niets. Ik adem alleen uit. Pak mijn thee en roer de suiker door. Twee handen om het theeglas. Nog te heet. “Het was niet mijn bedoeling, het begon gewoon als een heel aardige online vriendschap. Bijna twee jaar lang contact mee gehad, niks aan de hand. En toen droomde ik een keer over hem, vertelde hem dat. Ik maakte het wat spannend, weet ook niet waarom. Maar toen sloeg de vonk over. We schrokken ons beide wild. Hij is ook getrouwd, kinderen, alles prima voor elkaar, net zoals ik”

Ik luister. Zoek naar woorden. Ik voel het verdriet van mijn dochter. Liefde een gedrocht. Het overvalt je, kruipt in je botten, vermengt zich met elke cel van je lichaam. Onuitroeibaar. Het werpt me terug in de tijd. Hoe ik zelf 25 jaar geleden in een zelfde situatie zat. Hoe me dat verwoest heeft, alles verzengende liefde voor iemand die ook van jou houdt maar die door de omstandigheden niet met je samen kan zijn. Van elkaar afgeschermd door een ondoordringbare transparante afscheiding. Opgebouwd uit keuzes en beloftes. Ik herinner mij het gevecht dat we gevoerd hebben. Bijna anderhalf jaar lang. Vaak namen we gevechtspauzes, tijd om ons alleen op liefkozingen te storten, het onafwendbare voor ons uitschuivend. Alle contact verbreken was de enige oplossing volgens jou, ik zag een middenweg. Later, wanneer je oud was en zou sterven, dan zou in een geheim vakje van je portemonnee mijn foto gevonden worden. Ik vond er geen troost in. De gedachte aan jou oud en een leven zonder mij stemde me alleen droevig.

Maar uiteindelijk nam jij het besluit, aangezet door de druk die ik uitoefende. Binnen de grenzen van het beschaafde heb ik nog even gevochten. Maar toen je woorden bitter werden moest ik mijzelf overgeven. Het verlies accepteren. En hier zit ik dan nu, 25 jaar verder, alleen. Jazeker, er waren andere vrouwen. Mooier, jonger, beter maar niemand was als jij. Bovendien was het hart uiteengeslagen, grote stukken die bij jou achterbleven om nooit meer terug te keren. En nu zit hier mijn dochter. Wat verwacht ze van mij? Moet ik zeggen dat ze haar hart moet volgen, de zekerheid die ze nu heeft op moet geven? Wat kun je je kind hierover nu meegeven?

Wanneer ik er over over nadenk wordt ik opnieuw teruggeworpen in het verleden. Was ik te beschaafd geweest? Te zwak? Heb ik over me heen laten lopen? Ondanks mijn leeftijd weet ik nog steeds niet hoe de liefde door anderen beleefd wordt. Ik weet alleen dat echte, alles verzengende liefde slechts één en met veel geluk misschien twee keer in je leven voorbij komt. Maar misschien is het een groter geluk wanneer het uit je leven blijft. Is een leven waarin de ratio leidend is veel beter. Kiezen voor het praktische. Ik wil het haar niet zeggen maar wat voor een vader zou ik zijn dus spreek ik het uit “Lieve schat, volg je hart. Mijn steun heb je” En op het moment dat ik dat zeg vraag ik me af of de vrouw in wiens portemonnee mijn foto zit hetzelfde advies aan haar kinderen zou geven. Wanneer ik mezelf de vraag stel komen de tranen. Het is tijd om haar op te zoeken.