Een week ervoor noemde je mij nog je grote geheime liefde. Je mag het ontkennen maar het staat zwart op wit. We waren alles voor elkaar maar toen ik zwaar gewond tot je deur was gekropen liet je me liggen alsof je mij niet kende. Ik heb gebeden en gesmeekt maar lijnen werden doorgesneden, bruggen opgetrokken, greppels gegraven. Je liet me voor dood achter. Reputatie en egoïsme waren je drijfveren. Daar moest alles voor wijken, zelfs je grote liefde.

Maar ik ben nog steeds niet gestorven, ondanks alles is mijn liefde voor jou nog smeulend aanwezig. Er over schrijven een manier om te overleven. En geef mij vooral de schuld maar weet dat jouw lafheid de oorzaak is van deze ellende. Je had me onder ogen kunnen komen in plaats van op afstand emotieloze woorden op me los te laten.

Je had alles verteld maar ik moest mijn mond dichthouden. Hoe heb je ons weggezet? Hoe heb je mij neergezet? Misschien is het tijd dat ik voor mezelf opkom en het beeld dat jij geschapen hebt eens tegen ga spreken. Want je bent niet de enige met een reputatie.