Daar zit je dan. Zondagochtend, je stoel bij het raam, zonlicht op je gezicht. Geen kinderen want die zijn bij hun vader. Helemaal alleen. Je eigen huisje, ingericht met Ikea en kringloop. Boho stijl maar dan toch even anders. Daar waar je de achternaam van je man nog gebruikte is die ondertussen ook weggewerkt. Je bent weer van jezelf.

Ik weet niet of ik trots of teleurgesteld moet zijn. Het gevoel is dubbel. Dat je dit doet vind ik knap van je. Jij die vertelde dat je zeker niet alleen kon zijn. Dat je al wat nieuws moest hebben voordat je het oude op zou geven. Maar ik ken natuurlijk niet de oorzaak. Misschien ben je weer de grens over gegaan en was er nu geen weg terug. Maar in mijn gedachten stel ik mij liever voor dat het hardloopmaatje van je man toch iets meer was dan alleen het samen lopen. Maar dat zijn slechts veronderstellingen.

Aan je beloftes zal ik je niet houden. “Wie weet ooit, je weet niet wat er kan gebeuren” moest me hoop geven zonder illusies te mogen hebben. Heel even dacht ik nu wel iets van je te gaan horen. Maar dat idee kon ik snel vergeten toen ik hoorde dat je onze relatie ontkend had. Twee jaar hechte vriendschap waarvan een deel bestond uit een vurig verlangen naar elkaar werden weggezet als ontsproten uit mijn ziekelijke fantasie.

Dat was nog geen probleem geweest was het niet dat die boodschap overgebracht werd aan mijn nieuwe lief. Het lief dat was gaan twijfelen, iemand anders had gevonden en toen jouw verhaal te horen kreeg. Ik was kansloos vanaf het eerste moment. Een stuk wild verlamd in de drijflichten van de stroper. Ik werd geëxecuteerd.

Ik zie dat jullie prettig contact met elkaar onderhouden en dat is goed. Maar vertel elkaar ook eens over de leuke tijden die ik met jullie had en kijk zo af en toe eens in de spiegel. Voelt het goed zo?